Een gewichtige kwestie

Een gewichtige kwestie

2-10-2015

Net als iedereen weet ik dat te veel eten dik maakt en slecht is voor mijn gezondheid. Toch ga ik me regelmatig te buiten aan energierijk voedsel. Dat is niet zo vreemd. Ik leef namelijk in een obesogene omgeving. Een omgeving waarin voedsel altijd en overal verkrijgbaar is en waarin ik constant verleid word tot het maken van een ongezonde voedselkeuze. De keuze in eten is enorm en het aanbod altijd binnen handbereik.

Ik word hierdoor constant gedwongen om een beslissing te nemen: wel of niet eten? Gezond of ongezond? Dat is vermoeiend, en daarom neem ik een groot deel van deze eetbeslissingen zonder nadenken. Op de automatische piloot dus. En vaak valt de afweging die ik maak nadelig uit voor mijn gezondheid. Mijn hedonistische persoonlijkheid is namelijk niet bestand tegen al het lekkers om mij heen. Ik ben niet ingesteld op het maken van gezonde, verantwoorde keuzes. Ik wil genieten! Vaak, veel en zo snel mogelijk.

Maar wie kan én wil mij helpen met het maken van gezonde voedselkeuzes? De overheid?

In de landelijke Nota Gezondheidsbeleid “Gezondheid Dichtbij” uit 2011 lees ik: “Als het om leefstijl gaat, schrijft de overheid mensen zo min mogelijk voor wat ze wel of niet mogen. Mensen maken zelf keuzes. Die keuzes worden gemaakt in een omgeving waarin de gezonde keuze makkelijk is.” In dezelfde nota uit 2015 lees ik: “Wanneer sommige risicofactoren voor de gezondheid niet of moeilijk zelf te beïnvloeden zijn, kan de Nederlander op de overheid rekenen. Publiek private samenwerking (PPS) ziet de overheid daarbij als een kansrijke methode om de gezonde keuzes aantrekkelijk en toegankelijk te maken.”

Ik mag dus zelf bepalen wat ik wel óf juist niet eet, maar de overheid wil best, in samenwerking met private partijen, verantwoordelijkheid nemen in het creëren van een gezonde omgeving.

Maar ben ik echt gebaat bij die samenwerking? Private partijen hebben namelijk vaak hun eigen belangen, waarvan ik mij afvraag of die – zeker op korte termijn – mijn gezondheid centraal stellen. Hoewel veel lokale partijen bereid zijn tot ‘maatschappelijk ondernemen’ en op die manier hun bijdrage willen leveren aan het huidige gezondheidsbeleid in mijn directe omgeving, vraag ik mij af of grote bedrijven die miljoenen euro’s uitgeven aan de constante stroom aan voedselverleidingen mij echt willen stimuleren tot gezond gedrag.

Het gezondheidsoffensief van de grote private partijen lijkt namelijk sympathiek, maar moet toch vooral gezien worden als een schijncampagne. Maar al te vaak willen deze partijen een financiële bijdrage leveren aan projecten die gericht zijn op het bevorderen van de gezondheid – zolang het product maar genoemd of verkocht blijft worden. Waarom zie ik bijvoorbeeld (sluik)reclame voor sportdrank op een scholensportevenement voor jongeren? Terwijl ik uit wetenschappelijk onderzoek weet dat dergelijke reclames leiden tot een grotere voorkeur voor het getoonde product en er op deze manier een associatie gecreëerd wordt tussen het gezonde gedrag (sporten) en het drinken van sportdrank van merk X.

Moet PPS op het gebied van gezondheidsbeleid daarmee dan volledig uitgebannen worden? Nee, dat denk ik niet. Want effectief gezondheidsbeleid zonder medewerking van de relevante private ondernemingen is nauwelijks mogelijk. De omgeving waarin ik mij bevind wordt namelijk in grote mate vormgegeven door deze private partijen. Deze partijen zijn dus onmisbaar op weg naar een gezonde(re) voedselomgeving.

Als de overheid mij écht zou willen helpen bij het creëren van een gezonde omgeving, dan zou ze beter een preventief beleid kunnen voeren. Een beleid waarin de private partners zich dienen te conformeren aan de wensen van de overheid. Tot op heden krijgt de voedingsmiddelenindustrie namelijk teveel ruimte om haar (voornamelijk) ongezonde producten aan de man te brengen en word ik alsnog dag in, dag uit gebombardeerd met ondoorgrondelijke of misleidende informatie over onze voeding. ‘Puur en eerlijk’ is lang niet altijd even ‘puur’ of ‘eerlijk’ en de claim ‘natuurlijk’ op een groen blikje betekent niet per se dat het een betere of gezondere keuze is vergeleken met een andere kleur blikje.

Private partijen zouden pas écht hun verantwoordelijkheid nemen als ze mij zouden stimuleren tot gezond gedrag, zonder daarbij telkens hun product te promoten. Het is prima als zij mij willen stimuleren tot beweging door het aanleggen van een ‘trapveldje’, maar dan graag zonder reclameborden van het product dat zij maken. Heel mooi als ze willen helpen met het organiseren van een nationale sportdag, maar dan hoef ik op het terrein geen reclame-uitingen te zien of een gratis flesje sportdrank in mijn handen gedrukt te krijgen.

Ik wil namelijk graag mijn eigen keuze maken. In een omgeving waarin de gezonde keuze ook daadwerkelijk de makkelijke keuze is….

*delen van deze blog zijn verschenen in het hoofdstuk ‘Gedragsverandering in een dikmakende omgeving: een gewichtige kwestie’ dat ik schreef voor Nederland in Ideeën (2013 Maven Publishing Amsterdam).